maandag 19 december 2011

H.F. Boot met zijn ‘Pole Neshdanof als Toréador’ bij De Onafhankelijken



H.F. Boot, Pole Neshdanof als Toreador, z.j.

In 1922 stuurde Boot zijn werk ‘Pole Neshdanof als Toréador’ in op de tentoonstelling van De Onafhankelijken. Het toont een toreador in vol ornaat: hij bewondert zichzelf tevreden in een spiegel of hij toont zich in zijn kostuum aan de toeschouwer. Meer dan een portret lijkt het werk een vertoon van elegantie, pracht en aanzien te zijn. Opvallend is dat de achtergrond en de vloer bijna kubistisch aandoen, doordat ze in enkele geometrische lijnen zijn weergegeven.
Bij een ogenschijnlijk behoudend schilder als Boot werpen de mediterrane toreador en de titel van het schilderij vragen op.

zaterdag 10 december 2011

Henri Frédéric Boot

Henri Frédéric Boot (Maastricht 1877 – Haarlem 1963) was actief in het Nederlandse verenigingsleven. Hij richtte het Haarlemse Kunst Zij Ons Doel op, was lid van Arti et Amicitiae, de Haarlemmer Kunstkring en de Vijfhoek en toonde zijn werk op tentoonstellingen van onder andere Maatschappij Rembrandt, Sint Lucas en Pulchri Studio. De Onafhankelijken nam voor Boot een bijzondere plaats in: de vrije en revolutionaire sfeer van De Onafhankelijken sprak hem zeer aan, in tegenstelling tot gevestigde milieus van oudere verenigingen. Boot was lid van de vereniging sinds de oprichting in 1912, en vervulde van 1915 tot 1927 de rol van eerste secretaris.[1]

donderdag 27 oktober 2011

De Amsterdamse kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken: ‘geen jury, geen oordeel’

De Amsterdamse Kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken werd in 1912 opgericht vanuit onvrede met het heersende systeem, waarin een jury de toelating van kunstenaars op tentoonstellingen bepaalde. Directe aanleiding was de grote ‘Vierjaarlijksche’ tentoonstelling in het Stedelijk Museum, waarop werk van veel jonge kunstenaars werd geweigerd. Deze jongeren plaatsten een oproep in de kranten waarin ze alle vooruitstrevende kunstenaars uitnodigden lid te worden van de vereniging. Ook een jaar later verschenen nog artikelen over de nieuwe vereniging in de krant, bijvoorbeeld in de Nieuwe Rotterdamsche Courant:

Kunstenaars zijn veelal gedwongen in den geest van jury’s te werken en jury’s staan maar al te vaak voor een partij, een richting, die andere, en vooral jongere richtingen, met wangunst aanziet. Vandaar de wenschelijkheid voor het bestaan van een Vereeniging, die elke jury uitschakelt. Wat in het buitenland zooveel succes heeft, zal zeker ook hier gelukken. Dan krijgen wij tentoonstellingen en werk onafhankelijk van bekrompen vooroordelen, onafhankelijk van verouderde leerstellingen, onafhankelijk van partijzuchtige beoordeeling, onafhankelijk van winstbejag. En zoo vrij en onafhankelijk als dit jong streven, zij ook het oordeel van het publiek.1