donderdag 27 oktober 2011

De Amsterdamse kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken: ‘geen jury, geen oordeel’

De Amsterdamse Kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken werd in 1912 opgericht vanuit onvrede met het heersende systeem, waarin een jury de toelating van kunstenaars op tentoonstellingen bepaalde. Directe aanleiding was de grote ‘Vierjaarlijksche’ tentoonstelling in het Stedelijk Museum, waarop werk van veel jonge kunstenaars werd geweigerd. Deze jongeren plaatsten een oproep in de kranten waarin ze alle vooruitstrevende kunstenaars uitnodigden lid te worden van de vereniging. Ook een jaar later verschenen nog artikelen over de nieuwe vereniging in de krant, bijvoorbeeld in de Nieuwe Rotterdamsche Courant:

Kunstenaars zijn veelal gedwongen in den geest van jury’s te werken en jury’s staan maar al te vaak voor een partij, een richting, die andere, en vooral jongere richtingen, met wangunst aanziet. Vandaar de wenschelijkheid voor het bestaan van een Vereeniging, die elke jury uitschakelt. Wat in het buitenland zooveel succes heeft, zal zeker ook hier gelukken. Dan krijgen wij tentoonstellingen en werk onafhankelijk van bekrompen vooroordelen, onafhankelijk van verouderde leerstellingen, onafhankelijk van partijzuchtige beoordeeling, onafhankelijk van winstbejag. En zoo vrij en onafhankelijk als dit jong streven, zij ook het oordeel van het publiek.1


zondag 18 september 2011

Nieuw-realistische schilders Willink en Hynckes

Door Karlijn de Jong
Eerder verschenen in: Studio 2000 Magazine, 2010 nr. 3


In de jaren twintig van de vorige eeuw kwamen nieuwe realistische stijlen op in de schilderkunst. Deze stijlen, die waarschijnlijk ontstonden als tegenreactie op het expressionisme, zouden gedurende twee decennia beeldbepalend zijn in de Nederlandse schilderkunst. Het ‘nieuwe’ aan dit realisme was dat het voor een ander doel werd ingezet dan de voorafgaande realistische kunst. De kunstenaars wilden een beeld van de werkelijkheid creëren, dat gebaseerd was op nauwkeurige, objectieve observatie en koele analyse.

Het is misschien onverwacht, maar dit gezamenlijke doel resulteerde in zeer verschillende werken. Die verschillen ontstonden doordat het begrip ‘werkelijkheid’ niet voor alle kunstenaars hetzelfde was. De ene kunstenaar interpreteerde de werkelijkheid als datgene wat je met je ogen waarneemt, terwijl de andere kunstenaar het interpreteerde als iets wat je in je geest, fantasie of dromen ziet.
Onder de noemer ‘Nieuwe Zakelijkheid’ werden schilderijen gemaakt met een eigentijds, banaal thema dat door de kunstenaar op een rationele manier in beeld werd gebracht. Hij schilderde de meest gewone objecten uit het alledaagse leven, maar hij deed dit wel met een grote technische vaardigheid die herinnerde aan de oude meesters.
Daarnaast was er het ‘Magisch Realisme’, dat in uiterlijke kenmerken veel overeenkomsten vertoont met de Nieuwe Zakelijkheid. Ook binnen deze stroming hadden de kunstenaars veel aandacht voor de technische afwerking en was hun uitdrukkingswijze koel en afstandelijk.
De elementen uit de schilderijen ontleenden zij aan de zichtbare werkelijkheid, maar de Magisch Realistisch plaatsten ze veelal in onlogische combinaties. De stemming in het werk is vaak raadselachtig en somber, en de schilderijen roepen een onbehaaglijk en verontrustend gevoel op. Veel Magisch Realisten maakten stillevens, die door hun allegorische beeldverhaal en de aandacht voor techniek doen denken aan de stillevens uit de Hollandse Gouden Eeuw.

vrijdag 22 juli 2011

Een accent op de expressie door George Minne


George Minne, L´homme à l'outre (1897)
collectie Studio 2000 http://www.studio2000.nl/
Foto Kees Kuil
 Door Karlijn de Jong
Eerder verschenen in: Studio 2000 Magazine, 2011 nr. 1

Toen in het voorjaar van 1914 de directeur van de Rijksacademie te Amsterdam aan George Minne verzocht het ambt van hoogleraar beeldende kunsten te willen aanvaarden, wees deze Belgische beeldhouwer dit eervolle verzoek beleefd van de hand. Wat is hieruit af te lezen? Ten eerste dat Minne in Nederland een zeker aanzien genoot; ten tweede dat de beeldhouwer de bekendheid die dit ambt met zich mee zou brengen niet nodig had voor zijn verdere carrière.